Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:451.
Als ik het goed zie, stelt het subonderdeel specifiek aan de orde de vraag op welk moment [eiseressen] daadwerkelijk bekend waren met de door het hof genoemde feitelijke aspecten . Volgens de klacht maakt het hof niet duidelijk waaróm [eiseressen] daarvan al in 2006 en 2007 (en in elk geval ruim vóór november 2011) kennis droegen. Ik lees het subonderdeel niet aldus dat wordt geklaagd dat de door het hof genoemde aspecten nog niets zeggen over de vraag wanneer er bij [eiseressen] voldoende zekerheid bestond met betrekking tot het bestaan van een (eventuele) tekortkoming aan de zijde van Deutsche Bank. Dat aspect wordt specifiek aan de orde gesteld in subonderdeel 1.5. Zoals hierna zal blijken, slaagt dat onderdeel. Gelet daarop behoeft subonderdeel 1.4 naar mijn mening geen afzonderlijke bespreking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 137522 tot 138557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0 | shasum -a 256