Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 4.44 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:451.
Ik meen dat de klacht in het verlengde van de hiervoor besproken subonderdelen slaagt. Wil een cliënt een dienstverlener (met succes) kunnen aanspreken voor de schade die hij (beweerdelijk) heeft geleden als gevolg van die dienstverlening, dan moet die cliënt er zich ook van bewust zijn dat de betreffende dienstverlener een verwijt kan worden gemaakt van zijn handelwijze inzake concrete aspecten met betrekking tot de dienstverlening. Zoals gezegd kan niet worden gezegd dat [eiseressen] op het moment van bekendheid met de door het hof genoemde feiten en omstandigheden zich ook ervan bewust waren (dan wel bewust hadden moeten zijn) dat Deutsche Bank een verwijt kon worden gemaakt van haar handelwijze ter zake van de renteswaps en het aangaan van de kredietovereenkomst van 24 december 2009, oftewel dat zij toen ook voldoende zekerheid hadden dat Deutsche Bank in dat kader tekortschietend of foutief had gehandeld. Aldus bestond er voor [eiseressen] ook geen concrete aanleiding om Deutsche Bank op een eerder tijdstip dan november 2016, toen zij zich tot een advocaat hebben gewend, aan te spreken. Dat [eiseressen] dit niet eerder hebben gedaan kan hun dan ook niet worden tegengeworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 145642 tot 146926.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c228d4e40a6d97871774c3403f4a69fcb740f2f4ceb11b91900844db0280dc0 | shasum -a 256