Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:453.
Bij de bespreking van het middel is het volgende voorop te stellen. Art. 7:677 BW regelt de rechten en plichten in het kader van het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden (ontslag op staande voet). Op grond van het tweede lid is de partij die door opzet of schuld aan de andere partij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruikt heeft gemaakt. Uit art. 7:677 lid 3 BW volgt dat de hoogte van de verschuldigde vergoeding afhangt van het type arbeidsovereenkomst. Als het gaat om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de mogelijkheid van tussentijdse opzegging, bepaalt lid 3 sub a dat de vergoeding gelijk is aan “het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren”. En bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging, is de vergoeding gelijk aan het loon over de periode dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien de overeenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd (lid 3 sub b).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfb1ff2ee7143484257ead1eccf859125542ea03e2d9cc343fad80cb77d7d8af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfb1ff2ee7143484257ead1eccf859125542ea03e2d9cc343fad80cb77d7d8af, en de alinea staat in dat document op bytes 14653 tot 16028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfb1ff2ee7143484257ead1eccf859125542ea03e2d9cc343fad80cb77d7d8af | shasum -a 256