Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:453.

Beantwoording van de vraag is voor de praktijk van belang, omdat (zeker bij werknemers die lang in dienst zijn geweest) een aanzienlijk verschil kan bestaan tussen de opzegtermijn van de werkgever en die van de werknemer. Op grond van art. 7:672 lid 2 BW kan de opzegtermijn voor de werkgever oplopen tot vier maanden als de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging vijftien jaar of langer heeft geduurd, terwijl op grond van lid 4 van art. 7:672 BW de wettelijke opzegtermijn van de werknemer slechts één maand bedraagt. In de feitenrechtspraak (zie hierna onder 3.22 e.v.) en tot op zekere hoogte in de literatuur (zie hierna onder 3.26 e.v.) bestaat enige verdeeldheid over de vraag welke opzegtermijn bepalend is voor de berekening van de vergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfb1ff2ee7143484257ead1eccf859125542ea03e2d9cc343fad80cb77d7d8af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfb1ff2ee7143484257ead1eccf859125542ea03e2d9cc343fad80cb77d7d8af, en de alinea staat in dat document op bytes 17531 tot 18304.