Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2023

Onder 6.6 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:478.

Als in een andere tot het EVRM toegetreden staat door een rechter – al dan niet onherroepelijk – in concreto is vastgesteld dat al dan niet sprake is van een niet gerechtvaardigde schending van art. 8 lid 1 EVRM bij de inzet van een opsporingsmiddel in die staat, heeft dit geen gevolgen voor het algemene vertrouwen dat in die staat wordt gesteld en dus voor de toepassing van het vertrouwensbeginsel. Mocht door een buitenlandse rechter onherroepelijk zijn vastgesteld dat enig ander door het EVRM aan de verdachte toegekend recht dan het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in dat land is geschonden, dan mag de Nederlandse rechter er vanuit gaan dat de verdachte recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel als bedoeld in art. 13 EVRM voor een instantie van die staat. Verder mag de Nederlandse rechter er vanuit gaan dat voor zover de verdachte in die staat tevergeefs is opgekomen tegen een vermeende schending van enig ander recht dan zijn recht op een eerlijke proces of indien daartegen aldaar geen rechtsmiddel openstaat, voor hem de weg openstaat van een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de mens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6f84ce703a080e31aae628119ce2def3e3b7547fada39d0fcd38865e0a13fb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6f84ce703a080e31aae628119ce2def3e3b7547fada39d0fcd38865e0a13fb5, en de alinea staat in dat document op bytes 90122 tot 91323.