Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2023

Onder 3.2.2. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:488.

Deze klacht slaagt. Indien bij een geneeskundige behandeling een zaak in het lichaam van de patiënt wordt aangebracht die ten tijde van de behandeling “state of the art” is, brengt het enkele feit dat de zaak op grond van naderhand opgekomen medische inzichten naar haar aard niet langer geschikt wordt bevonden voor de desbetreffende behandeling, niet mee dat het gebruik van die zaak als een tekortkoming moet worden aangemerkt. Aan toepassing van art. 6:77 BW wordt in dat geval dus niet toegekomen. Een andere opvatting verdraagt zich niet met de aard van de medische behandelingsovereenkomst en de daarbij door de hulpverlener in acht te nemen zorg (art. 7:453 BW). Dit strookt ermee dat evenmin een tekortkoming bestaat indien een arts een behandeling toepast die op dat moment naar gangbare medische inzichten de juiste is, maar die nadien als gevolg van nieuw opgekomen medische inzichten niet langer als state of the art wordt beoordeeld. Er bestaat geen grond op dit punt verschillend te oordelen al naar gelang het gaat om een bij de behandeling gebruikte zaak of om de behandeling als zodanig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc2d0215546da270747bddc28655ae9ec41ad1197223f1cd2d0f9376ca8700f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc2d0215546da270747bddc28655ae9ec41ad1197223f1cd2d0f9376ca8700f, en de alinea staat in dat document op bytes 27602 tot 28799.