Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2023
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:542.
Onderdeel 2 betoogt dat het hof in rov. 5.10 en 5.11 ten onrechte uitgaat van de fictieve situatie dat het kind bij de man zou hebben gewoond. Het dossier geeft daar geen enkel aanknopingspunt voor. Het is onjuist of zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat het hof uitgaat van een fictieve situatie, althans voor wat betreft het kindgebonden budget. Indien met een fictie wordt gewerkt moet deze immers zoveel mogen aansluiten bij de realiteit. Zelfs als het hof van deze fictieve situatie mocht uitgaan dan nog is het onjuist of zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat het hof in de berekening van de behoefte in rov. 5.10 en 5.11 zowel aan de kant van de man als aan de kant van de vrouw rekening houdt met het kindgebonden budget. Er is maar één rechthebbende op het kindgebonden budget. In de fictieve situatie kan daarom met het kindgebonden budget maar bij één partij rekening worden gehouden en niet bij beide partijen tegelijkertijd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73efbf4ecc9cd2063e70f850e82ad957d5746f2afcb746617bf357b183c50816. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73efbf4ecc9cd2063e70f850e82ad957d5746f2afcb746617bf357b183c50816, en de alinea staat in dat document op bytes 10871 tot 12141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73efbf4ecc9cd2063e70f850e82ad957d5746f2afcb746617bf357b183c50816 | shasum -a 256