Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:554.
Inzet van het arrest […] II was of de schuldeisers van […] in het tweede faillissement van […] de rentevorderingen geldend konden maken die zij op grond van art. 128 Fw in het eerste faillissement van […] niet ter verificatie hadden kunnen indienen. Daarbij ging het in de eerste plaats om de vraag of die vorderingen inmiddels waren verjaard, zoals de aandeelhouders van […] hadden aangevoerd (aan wie het resterende actief van […] toekwam). De Hoge Raad kwam tot een ontkennende beantwoording van die vraag. De motivering van het arrest staat in die sleutel. Die motivering luidt, kort gezegd, dat de vorderingen gedurende het eerste faillissement niet opeisbaar waren en de verjaring dus niet liep, omdat art. 128 Fw verificatie belette en art. 26 Fw verhaal op de gefailleerde zélf, gedurende diens faillissement, uitsluit door te bepalen dat rechtsvorderingen die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben – zoals een rentevordering –, “gedurende het faillissement ook tegen de gefailleerde op geen andere wijze dan een in art. 110 Fw bepaalde wijze [kunnen] worden ingesteld” (cursivering toegevoegd), dat wil zeggen door verificatie. Gemakshalve citeer ik de betrokken overweging van het arrest (met weglating van de verwijzing):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d, en de alinea staat in dat document op bytes 31172 tot 32496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d | shasum -a 256