Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:554.
In deze overweging valt niet te lezen dat rentevorderingen voor andere gevallen, waaronder dat van het in het arrest in het geheel niet aan de orde zijnde art. 157 Fw, als verifieerbare vorderingen moeten worden aangemerkt, zoals argument (1) wil. Integendeel, het arrest zegt juist duidelijk dat art. 128 Fw geldt en dat rentevorderingen dus (uiteindelijk toch) juist niet voor verificatie vatbaar zijn. De verwijzing naar art. 26 Fw vormt slechts een argument voor het oordeel dat de rentevordering tijdens faillissement niet opeisbaar is, want ook niet tegen de gefailleerde zélf kan worden uitgeoefend. Argument (1) mist dus grond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d, en de alinea staat in dat document op bytes 33935 tot 34584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/831906dfb879087cc3882b1625b44f6beade49fb77df6c4b3f2c0bb4bebc507d | shasum -a 256