Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2023
Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:555.
196. Wanneer een verdachte een bekennende verklaring aflegt over een delict waarvoor jegens hem een verdenking bestaat, rijst de vraag of die verklaring overeenkomstig de waarheid dan wel in strijd met de waarheid is afgelegd. Eén van de middelen die de rechter met het oog op de beantwoording van die vraag ten dienste staan betreft een ‘inhoudelijke analyse’ van de bekentenis. Daarbij speelt de vraag naar zogeheten ‘daderkennis’ een cruciale rol. Als de verdachte een moord bekent en tevens – met juistheid – meedeelt waar het moordwapen is verborgen, past dat aspect van zijn verklaring buitengewoon goed in het scenario waarin zijn bekentenis naar waarheid is afgelegd en de rechter van doen heeft met een schuldige verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6e42850640e4f9251b7a0a55e9a7c328ac604eaaa43347dc8af514ddea0d486. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6e42850640e4f9251b7a0a55e9a7c328ac604eaaa43347dc8af514ddea0d486, en de alinea staat in dat document op bytes 193510 tot 194403.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6e42850640e4f9251b7a0a55e9a7c328ac604eaaa43347dc8af514ddea0d486 | shasum -a 256