Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Onder 3.35.2 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:697.

Het subonderdeel bestrijdt ten tweede de gedachte dat de betaling van ASR valt aan te merken als nakoming van haar verbintenis jegens [verzoekster] . Het subonderdeel mist in dit opzicht feitelijke grondslag, omdat het hof hiervan niet is uitgegaan. Overigens had mijns inziens wel voor de hand gelegen dat de betaling door ASR aan Direktbank was aangemerkt als nakoming door ASR van haar verbintenis jegens [verzoekster] nu deze betaling achteraf door [verzoekster] is bekrachtigd (zie hiervoor in 3.8). De verzekeraar had daarom weliswaar niet aan de begunstigde kunnen tegenwerpen dat zij jegens de geldverstrekker verplicht was tot schadevergoeding, maar wel dat sprake was van bevrijdende betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221, en de alinea staat in dat document op bytes 64627 tot 65357.