Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:697.
In deze procedure moet tussen de vijf erfgenamen van erflater de omvang van hun vorderingen als bedoeld in art. 4:13 lid 3 BW worden bepaald. Nu het in dit verband gaat om de vraag of de vordering van Direktbank al dan niet voor haar oorspronkelijke omvang van € 650.000 moet worden verdisconteerd, betreft het een processueel ondeelbare rechtsverhouding. In eerste aanleg en in hoger beroep zijn alle erfgenamen verschenen. Niet relevant is in welke hoedanigheid de erfgenamen (verzoeker, verweerder, belanghebbende) in eerdere instanties zijn opgetreden. In cassatie zijn de overige erfgenamen, [verweerster 1] , [verweerder 2] , [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] , niet verschenen. Zij zijn daartoe wel in de gelegenheid gesteld. In zoverre is het cassatieberoep daarom ontvankelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221, en de alinea staat in dat document op bytes 26544 tot 27481.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221 | shasum -a 256