Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Onder 3.7.2 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:697.

De beoogde verpanding van de levensverzekering aan de bank strekt ertoe de bank zekerheid te verschaffen over de aanwending van het bedrag dat de levensverzekeraar uitkeert. Door verpanding is de bank (onder meer) bevoegd om nakoming te vorderen van de levensverzekeraar en om de betaling van de levensverzekeraar in ontvangst te nemen (art. 3:246 lid 1 BW en vgl. art 7:971 lid 2 BW), waarna het pandrecht op het geïnde bedrag komt te rusten (art. 3:246 lid 5 BW). Wanneer de pandhouder mede de zekerheid wil dat de uitkering aan hem toekomt, zal hij moeten zorgen dat hij tijdig als begunstigde wordt aangewezen. Wanneer de bank begunstigde is, ontvangt zij op grond van een eigen recht de uitkering uit de levensverzekering. Na verrekening met de hypothecaire schuld door de bank, valt vervolgens, bij een huwelijkse gemeenschap, de verminderde schuld in de ontbonden huwelijkse gemeenschap, waartoe de nalatenschap (de erfgenamen) en de langstlevende echtgenote ieder voor de helft gerechtigd zijn. Daardoor komt de levensverzekering indirect mede ten goede aan de erfgenamen bij het bepalen van de omvang van hun geldvorderingen, waarbij immers met een lagere hypothecaire schuld moet worden gerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221, en de alinea staat in dat document op bytes 34667 tot 36015.