Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023
Onder 3.15.2 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:697.
Hoewel in het geval van een wettelijke verdeling op de voet van art. 4:13 BW tussen de erfgenamen geen gemeenschap ontstaat, vertoont hun onderlinge rechtsverhouding in bepaalde opzichten daarmee wel een zekere verwantschap. Op deze grond wordt, m.i. terecht, uitgegaan van de mogelijkheid van analogische toepassing van art. 3:166 lid 3 BW, dat bepaalt dat op de rechtsbetrekking tussen de deelgenoten art. 6:2 BW van overeenkomstige toepassing is. De erfgenamen waarop de regeling van de wettelijke verdeling betrekking heeft, zijn bijvoorbeeld afhankelijk van elkaars medewerking bij het vaststellen van de omvang van de geldvorderingen (art. 4:15 lid 1 BW) en, indien daartoe wordt overgegaan, het opmaken van een boedelbeschrijving (art. 4:16 lid 1 BW). In dat verband kunnen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid een (aanvullende) rol spelen. De noodzaak daarvan blijkt bijvoorbeeld uit de in art. 4:16 lid 4 BW geregelde inzage, inlichtingen- en medewerkingsplichten. Zonder een dergelijke bepaling, zouden deze plichten kunnen worden gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid. Het oordeel wat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval en zal in ieder geval van een draagkrachtige motivering moeten zijn voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221, en de alinea staat in dat document op bytes 45355 tot 46735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221 | shasum -a 256