Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:697.

Deze klachten falen. Zij missen feitelijke grondslag, want zij berusten op een onjuiste lezing van de tussenbeschikking. De klachten hebben betrekking op de relevantie van een verpanding door [verzoekster] van de rechten uit haar verzekering aan Direktbank. Dit punt is verweven met de beoordeling in de eindbeschikking. Die beoordeling vond plaats na ontvangst van de in rov. 6.2 van de eindbeschikking genoemde informatie van ASR, waarmee duidelijk werd dat [verzoekster] voor haar deel van de polis verzekeringnemer en eerste begunstigde was. In de tussenbeschikking gaat het om een andere kwestie, namelijk dat geen onduidelijkheid meer bestaat aangaande het antwoord op de vraag “is er rechtsgeldig verpand voordat [verzoekster] c.s. verzekeringnemer/gerechtigde werd?” (zie ook rov. 3.18.12.7.3). Deze vraag is legitiem; zou de uitkering uit de levensverzekering (rechtsgeldig) verpand zijn, voordat [verzoekster] rechten aan die levensverzekering kon ontlenen, dan zou dat in beginsel betekenen dat die verpanding voorgaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f70d21dd14bf0bfa5a3184656ea0de23c2bfe34991166ef996a0e42ebb7221, en de alinea staat in dat document op bytes 48246 tot 49377.