Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023
Onder 9.4.8. Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:760.
Naar het oordeel van het hof vormt deze laatste reactie van [verweerder 1] een voldoende weerlegging van de hem op dit punt gemaakte verwijten (niet incasseren van de koopprijs). Weliswaar kan niet gezegd worden dat een heel nauwkeurige schriftelijke vastlegging van deze overgang van activiteiten en of de betaling ervan zoals afgesproken heeft plaatsgevonden (denk aan het uitstel van de transactie met Taxi Combinatie Maastricht BV, de vele deelbetalingen en de niet dadelijk herkenbare verrekeningen), maar wel staat vast dat de contante opbrengsten van MAC gedurende geruime tijd feitelijk terecht zijn gekomen bij een andere door [verweerder 1] beheerste vennootschap te weten Coachtracs, en ook dat Coachtracs vervolgens kennelijk wél de nodige betalingen heeft verricht aan crediteuren van MAC zodat de gelden toch aan (de crediteuren van) MAC ten goede zijn gekomen en in die zin in het vermogen van MAC terecht zijn gekomen. Volgens [verweerder 1] is voor deze constructie gekozen om te voorkomen dat door beslaglegging op de rekening van MAC er betalingsproblemen zouden gaan ontstaan (zie hiervoor punt 6 van het antwoord van [verweerder 1] aan de curator als onderdeel van productie 4 bij CvA). Gezien hetgeen door [verweerder 1] op dit punt is aangevoerd valt zonder nadere toelichting niet in te zien dat deze handelwijze een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement van MAC. Het had dan ook op de weg van de curator gelegen om zijn stelling dat het faillissement is veroorzaakt door de hiervoor genoemde dubieuze transacties die tot gevolg hadden dat zaken uit het vermogen van MAC verdwenen zonder dat daar een tegenprestatie tegenover stond, nader te onderbouwen. Daarbij is verder van belang dat, ondanks deze tekortkomingen op bepaalde punten van een voldoende inzichtelijke administratie, ook vast staat dat er contracten zijn gesloten met Parktax, en nadien met Taxi Combinatie Maastricht BV ( [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ) én Coachtracs, zoals ook door [verweerder 1] gesteld, dat er ook de nodige - verschuldigde - betalingen daartoe zijn verricht. De conclusie moet zijn dat dus niet is komen vast te staan dat de koopsom niet aan (de crediteuren van) MAC ten goede is gekomen, of dat er anderszins zaken aan het vermogen van MAC zijn onttrokken zonder dat daar een tegenprestatie tegenover stond, en dat dit mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Dit betekent dat de curator zijn stelling dat de onbehoorlijke taakvervulling door [verweerder 1] mede een belangrijke oorzaak is geweest voor het faillissement, naar het oordeel van het hof onvoldoende heeft onderbouwd. De curator heeft in het licht van het vorenstaande geen voldoende specifiek bewijsaanbod gedaan ten aanzien van concrete feiten die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. De conclusie is dan ook dat het oordeel van de bestuurdersaansprakelijkheid van [verweerder 1] op grond van artikel 2:248 BW niet in stand kan blijven.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04d8f4e604c51d40b1f99f05bad7ed1a1c9fec7684a3f7e39ea94d93806b340a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04d8f4e604c51d40b1f99f05bad7ed1a1c9fec7684a3f7e39ea94d93806b340a, en de alinea staat in dat document op bytes 49564 tot 52544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04d8f4e604c51d40b1f99f05bad7ed1a1c9fec7684a3f7e39ea94d93806b340a | shasum -a 256