Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023

Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:760.

Het is duidelijk, zoals het hof ook aankondigt in rov. 9.5 van het arrest (als onderdeel van de slotsom), dat het hof in het dictum de curator als de in het ongelijk gestelde partij veroordeelt in de kosten van de procedure in de beide instanties. Het is ook duidelijk dat het hof met dit onderstreepte deel van het dictum aansluiting zoekt bij de kosten van de procedure in eerste aanleg waarvan de rechtbank is uitgegaan in het vonnis. Het is verder duidelijk - gezien rov. 4.9 en 5.6 van het vonnis - dat de rechtbank daar die kosten heeft begroot op in totaal € 6.365,83, waaronder € 4.982,-- (2 punten x € 2.491,--, tarief VI) aan salaris advocaat. En dat het hof met dit onderstreepte deel van het dictum beoogt de curator te veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg zijdens [verweerder] (gedaagden in eerste aanleg), waartoe logischerwijs wel de posten griffierecht en salaris advocaat behoren, maar niet (ook) de post betekening inleidende dagvaarding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04d8f4e604c51d40b1f99f05bad7ed1a1c9fec7684a3f7e39ea94d93806b340a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04d8f4e604c51d40b1f99f05bad7ed1a1c9fec7684a3f7e39ea94d93806b340a, en de alinea staat in dat document op bytes 146306 tot 147431.