Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2023

Onder 6.4 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2023, ECLI:NL:PHR:2023:771.

Het hof stelt het volgende voorop. Bij de uitleg van contractsbepalingen komt het niet aan op een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract, maar op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635 ( Haviltex )). Anders dan [eiser] kennelijk meent, geldt ook in gevallen waarin partijen over de totstandkoming van de tekst van een overeenkomst hebben onderhandeld en zij zijn bijgestaan door advocaten, dat niet kan worden geabstraheerd van de bedoelingen van partijen en de omstandigheden van het geval. Verder geldt dat de rechter de vrijheid, maar niet de verplichting heeft om als uitgangspunt groot gewicht toe te kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden van de overeenkomst (HR 5 april 2013, NJ 2013/214 ( Lundiform/Mexx )).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52f5c5487da2eb43a447330995fa7587fc11b67e88b604ff7e296580a075c643. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52f5c5487da2eb43a447330995fa7587fc11b67e88b604ff7e296580a075c643, en de alinea staat in dat document op bytes 25973 tot 27240.