Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023

Onder 3.39.2 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:88.

Dit betoog gaat m.i. niet op. In feitelijke instanties heeft de Gemeente haar verweer tegen de vordering uit onverschuldigde betaling niet betrokken op het thans door haar gemaakte onderscheid tussen de overeenkomst en de erfpachtakte. De vraag of de subsidiaire vordering was gericht op de overeenkomst dan wel op de erfpachtakte is tijdens de mondelinge behandeling door het hof opgeworpen. De advocaat van Hoveling heeft gezegd dat “de vordering is gericht op het samenstel van overeenkomst en de akte”. Namens de Gemeente is toen aangevoerd dat zij de vordering niet zo had begrepen, maar wel heeft zij eerder tijdens deze mondelinge behandeling de titel vereenzelvigd met de erfpachtakte. De Gemeente heeft zich in ieder geval niet op het standpunt gesteld dat (zij heeft begrepen dat) Hoveling haar vordering uit onverschuldigde betaling heeft willen beperken tot het geval dat de canon in de erfpachtakte gewijzigd zou worden en dat deze vordering niet ook werd ingesteld voor het geval de canon in de overeenkomst zou worden gewijzigd (althans verwijst de Gemeente niet naar vindplaatsen in de processtukken waaruit dit zou blijken). Dit ligt m.i. overigens ook besloten in de stelling van onderdeel 3 dat het hof ambtshalve de rechtsgronden had kunnen aanvullen door de subsidiaire vordering op te vatten als strekkende tot wijziging van de overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea0d00d7cf191da4cf5f2326b31bca296da820a981f32f788f9bd276fb8db3c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea0d00d7cf191da4cf5f2326b31bca296da820a981f32f788f9bd276fb8db3c4, en de alinea staat in dat document op bytes 67208 tot 68818.