Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:88.

De opsomming van bijzondere omstandigheden in artikel 3:44 lid 4 BW is niet-limitatief. Uit het feit dat de wet spreekt over ‘bijzondere’ omstandigheden mag niet worden afgeleid dat het niet zou mogen gaan om omstandigheden die in de praktijk vaker voorkomen. In de literatuur worden de door de wetgever genoemde gevallen in twee (niet steeds scherp te scheiden) categorieën verdeeld: (i) noodtoestand en verwante omstandigheden, zoals een dwangpositie en het overgeleverd zijn aan een wederpartij die een economische machts- of zelfs monopoliepositie inneemt, en (ii) gevallen waarin iemand door geestelijke of psychische factoren niet bij machte is zijn zakelijke belangen te overzien of naar behoren te behartigen. Volgens Asser/Sieburgh gaat het bij de eerste categorie om gevallen waarin iemand op de hulp of medewerking van een ander is aangewezen om uit een benarde positie bevrijd te worden; gevallen waarin hij wel moet contracteren en waarbij de inhoud van de overeenkomsten dientengevolge in belangrijke mate door de wederpartij kan worden gedicteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea0d00d7cf191da4cf5f2326b31bca296da820a981f32f788f9bd276fb8db3c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea0d00d7cf191da4cf5f2326b31bca296da820a981f32f788f9bd276fb8db3c4, en de alinea staat in dat document op bytes 19656 tot 20978.