Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Onder 10.3 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1118.

(…). Voor de terminologie is aansluiting gezocht bij artikel 7a, eerste lid, van de Invorderingswet 1990. In de artikelen 7:15, vijfde lid, en 8:75, tweede lid, Awb is kort gezegd bepaald dat indien aan de belanghebbende in verband met het bezwaar of het beroep bij de bestuursrechter een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, het bedrag van de kosten wordt betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. Van die regel wordt in het voorgestelde artikel 30a, vierde lid, Wet WOZ niet afgeweken. Alleen in die situatie kan een vergoeding aan een ander dan een belanghebbende worden uitbetaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e56d40c8c85138c839970e72e346cde3a216c17132ff16b96bd35e75b3cee1b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e56d40c8c85138c839970e72e346cde3a216c17132ff16b96bd35e75b3cee1b5, en de alinea staat in dat document op bytes 60559 tot 61300.