Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Onder 1.9 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1118.

De parlementaire behandeling van de WHpkv bevat geen aanwijzingen dat de wetgever heeft onderkend dat een (ncnp-)gemachtigde in WOZ- en bpm-zaken in hoger beroep en cassatieberoep niet alleen in eisende positie kan optreden (zoals in bezwaar en beroep), maar ook in verwerende positie. In verwerende positie kan hem niet verweten worden dat hij materieel zinloos en alleen maar voor eigen gewin doorprocedeert en kan de belastingplichtige niet verweten worden dat hij voor een flutbedrag een loterij zonder nieten voortzet op hoge kosten van de gemeenschap. Doordat juist de Inspecteur of de gemeente doorprocedeert, wordt de belanghebbende gedwongen zich te verweren en is het in beginsel niet onredelijk om verweerkosten te maken. Dat de pkv-verlaging naar 10% van het Bpb-bedrag zich ook – en contrarationeel – kan voordoen als niet de gemachtigde maar de overheid vruchteloos doorprocedeert, is kennelijk niet verdisconteerd door de wetgever.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e56d40c8c85138c839970e72e346cde3a216c17132ff16b96bd35e75b3cee1b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e56d40c8c85138c839970e72e346cde3a216c17132ff16b96bd35e75b3cee1b5, en de alinea staat in dat document op bytes 20487 tot 21450.