Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Onder 9.20 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1140.

Gegeven het bovenstaande en gezien de in de onderdelen 6 en 8 genoemde of geciteerde onderzoeksrapporten, cijfers van betrokken organisaties, jaarverslag van de Rechtspraak en rechterlijke uitspraken, kan mijns inziens geenszins gezegd worden dat elke redelijke grond zou ontbreken aan het oordeel van de wetgever dat bpm- (en WOZ-)bezwaren en beroepen voor het volstrekt overgrote deel uit pkv-oogpunt niet gelijk zijn aan bezwaren en beroepen in andere fiscale zaken in het licht van (i) de vormen van discriminatie waartegen art. 14 EVRM en Protocol 12 EVRM gericht zijn, (ii) de wens van de wetgever om belastingplichtigen een afweging te laten maken alvorens de maatschappij te belasten met de kosten van een belastingprocedure, en (iii) het doel van de pkv-wetgeving om de belastingplichtige niet meer dan ‘tegemoet’ te komen in diens werkelijk door hem gemaakte kosten van bezwaar en beroep met het oog op de rechtsbescherming tegen materieel onjuiste besluiten of uitspraken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/785fbf13c3c062c9ef01bb63182cbaf6961cae0e68ca0300f11b516b02e8bec2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 785fbf13c3c062c9ef01bb63182cbaf6961cae0e68ca0300f11b516b02e8bec2, en de alinea staat in dat document op bytes 58281 tot 59352.