Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2024
Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:119.
Onder vigeur van het voor 1 januari 1957 geldende art. 164 (oud) BW – op grond waarvan de handelingsonbekwame gehuwde vrouw bij wijze van uitzondering verondersteld werd bewilliging van de man te hebben verkregen voor verbintenissen uit hoofde van uitgaven voor de gewone gang van de huishouding – is door uw Raad in 1915 een arrest gewezen over de kwalificatie van een geldlening in het kader van dit artikel. In dat geval had eiser tot cassatie gesteld op verschillende tijdstippen hangende het echtscheidingsgeding tussen de vrouw en haar toenmalige echtgenoot (verweerders in cassatie) aan de vrouw gelden met beding van rente voor levensonderhoud van de vrouw en haar kind ter leen te hebben gegeven, welke gelden ad in totaal fl. 8786,50 voor de betaling van de dagelijkse kosten der huishouding hebben gestrekt. Uit dien hoofde vorderde hij hoofdelijke veroordeling van de verweerders tot betaling van dat bedrag. Het hof achtte eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering omdat de vrouw de geldleningsovereenkomsten was aangegaan zonder machtiging van haar man. Uw Raad overwoog dienaangaande :
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/accaa0fe181c81091e2429d3aa7cca3bde0eabaec629ec90160d9b4831de4f1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt accaa0fe181c81091e2429d3aa7cca3bde0eabaec629ec90160d9b4831de4f1e, en de alinea staat in dat document op bytes 43231 tot 44475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/accaa0fe181c81091e2429d3aa7cca3bde0eabaec629ec90160d9b4831de4f1e | shasum -a 256