Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024

Onder 4.9.2 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1190.

Ook indien de verweerder niet is verschenen, kan de enkele stelling van eiser tot cassatie dat sprongcassatie is overeengekomen voldoende bevonden worden om van het bestaan van de overeenkomst uit te gaan. Dit laatste strookt op zichzelf met de bepalingen omtrent stelplicht en bewijs, die van overeenkomstige toepassing zijn (art. 418a jo 139 e.v. Rv). Eiser in cassatie dient het bestaan van een overeenkomst van sprongcassatie volgens de hoofdregel van art. 150 Rv te stellen en zo nodig te bewijzen. Wanneer de regelmatig opgeroepen verweerder niet in de procedure verschijnt, kan de Hoge Raad tot het oordeel komen dat de door eiser gestelde overeenkomst tot sprongcassatie als onbetwist is komen vast te staan. Denkbaar is ook dat eiseres wordt verzocht haar stelling toe te lichten of te onderbouwen (vgl. art. 22 lid 1 Rv). Overigens kan een (informeel) verzoek daartoe ook worden gedaan door het parket bij de Hoge Raad in verband met de voorbereiding van de conclusie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6068cab8592f75c4fd35c9fc961435c5b4f71e8f95cc8fa579a395ff174c451b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6068cab8592f75c4fd35c9fc961435c5b4f71e8f95cc8fa579a395ff174c451b, en de alinea staat in dat document op bytes 39842 tot 40961.