Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024
Onder 5.27.3 Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1190.
Zo hoeft deze passage echter niet gelezen te worden. Voorafgaand aan deze passage wordt in de memorie van toelichting geschreven dat “[d]e termijn van drie maanden in lid 1 is gekozen om geïnteresseerde andere belangenorganisaties in staat te stellen om hun eigen collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis voor te bereiden en in te dienen ” en aansluitend wordt gewezen op de mogelijkheid van verlenging op de voet van art. 1018d lid 2 Rv. Uit de passage waarop CCC zich beroept blijkt daarom slechts dat, indien verlenging is gevraagd, na uiterlijk zes maanden duidelijk is welke andere belangenorganisaties ook een collectieve vordering hebben ingesteld. Dit ziet zowel op één of meer belangenorganisatie(s) die binnen de driemaandentermijn van art. 1018d lid 1 Rv hebben gedagvaard als op één of meer belangenorganisatie(s) die termijnverlenging tot maximaal zes maanden hebben gevraagd en verkregen. Er is geen reden om aan te nemen dat de bedoelde passage in de memorie van toelichting uitsluitend betrekking zou hebben op partijen die na meer dan drie maanden hebben gedagvaard, ongeacht of zij zelf om verlenging hebben gevraagd. Ik zie in deze passage dan ook geen aanwijzing van een algemeen karakter van een termijnverlenging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6068cab8592f75c4fd35c9fc961435c5b4f71e8f95cc8fa579a395ff174c451b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6068cab8592f75c4fd35c9fc961435c5b4f71e8f95cc8fa579a395ff174c451b, en de alinea staat in dat document op bytes 98621 tot 99933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6068cab8592f75c4fd35c9fc961435c5b4f71e8f95cc8fa579a395ff174c451b | shasum -a 256