Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2024
Onder 3.39. Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1313.
40. De steller van het middel wijst er vervolgens op dat is aangevoerd dat het verhaal van verdachte in essentie gewoon waar was, en dat het slachtoffer wist dat de verdachte van geleend geld leefde en dus a) wist dat het geld aan diverse doeleinden werd besteed en b) wist dan wel moest weten dat het geld pas terug zou komen als de procedure tegen de Staat succesvol werd afgerond. En dat voorts is aangevoerd dat de verdachte meermalen heeft willen uitleggen waarover de procedure ging, en dat het slachtoffer heeft nagelaten eigen onderzoek te doen, terwijl zij door haar omgeving werd gewaarschuwd om geen geld meer aan de verdachte uit te lenen. De steller van het middel wijst daarbij op de randnummers 3.25, 3.28 en 3.33 van het aanvullend pleidooi, alsmede de randnummers 3.13 e.v., 3.33 en 3.34 van het pleidooi.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da21f95dac3fc35054b1005196c2e164abfeb0805ef2ea6eec1c4e8801c32b3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da21f95dac3fc35054b1005196c2e164abfeb0805ef2ea6eec1c4e8801c32b3b, en de alinea staat in dat document op bytes 164840 tot 165676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da21f95dac3fc35054b1005196c2e164abfeb0805ef2ea6eec1c4e8801c32b3b | shasum -a 256