Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2024
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:196.
Ik was op 7 april 2020 omstreeks 22.20 uur belast met opvallende surveillance. Omstreeks 22.31 uur kwamen wij ter plaatse. Ik zag dat er verschillende buurtbewoners over straat liepen. Ik hoorde dat twee mannen bij onze aankomst direct zeiden: "Een groepje jongeren hebben vernielingen gepleegd in de wijk, zij zijn allemaal weggerend, maar deze jongen hebben wij te pakken kunnen krijgen." Ik zag dat er een jongen, op de grond, tegen een muur zat. Ik ben naar de jongen toegelopen. Ik herkende de jongen ambtshalve als: [verdachte] , [verdachte] . Ik heb [verdachte] de cautie medegedeeld. Ik hoorde dat hij uit zichzelf verklaarde dat hij inderdaad met een groepje jongeren was. Dat enkele jongens in dat groepje inderdaad vernielingen hadden gepleegd, maar dat hij deze jongens niet kende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d89e19d7e20b0768af0230b7225fe5cf3280541712f0a4276cefa26b5bfe167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d89e19d7e20b0768af0230b7225fe5cf3280541712f0a4276cefa26b5bfe167, en de alinea staat in dat document op bytes 14395 tot 15201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4d89e19d7e20b0768af0230b7225fe5cf3280541712f0a4276cefa26b5bfe167 | shasum -a 256