Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2024

Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:198.

33. Langemeijer heeft zich specifiek uitgelaten over ‘Angst en onzekerheid als schadefactor’. Hij noemt als voorbeeld van de categorie waarin het oogmerk bestaat om ander nadeel dan vermogensschade toe te brengen ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ en meent dat de ‘doorgemaakte angst gedurende de bedreiging (…) op zichzelf al een immaterieel nadeel’ vormt. Als immateriële gevolgen noemt Langemeijer ‘slapeloosheid, gevoelens van angst en onzekerheid met beperkingen voor het dagelijks leven (durft het slachtoffer nog de deur uit te gaan, relaties aan te gaan? etc.)’. Het geldend recht biedt volgens hem ‘onvoldoende grond voor de veronderstelling dat iedere angst of iedere onzekerheid van een slachtoffer die aan de pleger van een onrechtmatige daad kan worden toegerekend, tot vergoeding behoort te leiden’. Maar in ‘twijfelgevallen, waarin de angst of onzekerheid een minimumniveau van ernst moet hebben bereikt’, staat hij – begrijp ik – vergoeding voor. Als inspiratiebron voor een maatstaf wijst hij op de ‘ Principles of European Tort Law’ .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb199c7784dbeb7217d81bba57ab5c0f10c37c898832ef07cfa01c0345ee9336. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb199c7784dbeb7217d81bba57ab5c0f10c37c898832ef07cfa01c0345ee9336, en de alinea staat in dat document op bytes 96141 tot 97359.