Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:310.
35. De derde deelklacht berust naar het mij toeschijnt op een verkeerde lezing van het arrest. Het hof heeft nadrukkelijk onder ogen gezien dat “uit de ‘post-Keskinrechtspraak’ van de Hoge Raad dat de omstandigheid dat de verdediging geen gebruik heeft gemaakt van een eerder bestaande gelegenheid om wensen met betrekking tot de ondervraging van getuigen kenbaar te maken, of dat de verdediging niet zelf in een eerder stadium van het onderzoek gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden om een verzoek te doen om een getuige te horen, terwijl daarvoor op dat moment geen beletsel bestond, op zichzelf geen grond biedt voor de afwijzing van zo’n verzoek”. Het hof heeft dat (dan ook) niet als reden aan de afwijzing van het voorwaardelijk verzoek ten grondslag gelegd, maar betrokken in zijn overwegingen aangaande de vraag of deze inactiviteit nog een rol speelt bij zijn beoordeling of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Het is die context, waarbinnen de overweging van het hof over de verschillende mogelijkheden van de verdediging om [slachtoffer] als getuige te horen moet worden geplaatst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 71746 tot 72874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c | shasum -a 256