Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024
Alinea 206 Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:310.
37. De stellers van het middel voeren aan het slot van de schriftuur nog aan dat “niet gezegd kan worden dat verdachte onvoldoende belang bij cassatie heeft nu – indien het verweer van de verdediging gevolgd was – zowel ten aanzien van feit 1 als feit 2 een aanzienlijk kortere duur qua periode en aantal handelingen bewezenverklaard zou zijn hetgeen niet anders dan in verlichtende zin had kunnen doorwerken op de strafmaat” en dat “dientengevolge […] ook niet gesteld [kan] worden dat het gaat om omstandigheden die voor het geheel van de bewijsvoering van zeer ondergeschikte betekenis zijn. Dat dit ook daadwerkelijk het geval zou zijn geweest blijkt ook uit het feit dat het hof de duur van het gepleegde misbruik expliciet benoemd heeft in diens strafmotivering”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 73235 tot 74032.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/81d6b83f3633d4802dce71996438a44f7789220de83eb777095e6be118efdd9c | shasum -a 256