Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:345.

[slachtoffer] wordt door de verdachte aangespoord om te werken, ook wanneer zij ongesteld is. Als zij ziek is, moet zij eveneens doorwerken. Tevens controleert de verdachte haar werkzaamheden en verdiensten door veelvuldig telefooncontact. De verdachte sms’t [slachtoffer] vaak als hij gaat slapen om te vragen of het druk is en hoeveel zij heeft verdiend. [slachtoffer] moet hem van alles op de hoogte houden: ze moet sms’en als ze stopt met werken, als ze in de taxi stapt om naar haar appartement te gaan en als ze thuis is om te gaan slapen. Dat laatste sms’je stuurt ze wat later om de verdachte te laten denken dat ze langer heeft gewerkt dan ze daadwerkelijk heeft gedaan. Dat doet ze omdat ze denkt dat de verdachte anders boos zou worden als [hij zou] merken dat ze naar zijn idee te vroeg met werken gestopt was. Van de verdachte moet ze met de taxi naar huis en daarvan de briefjes bewaren zodat het lijkt alsof ze zelfstandig werkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e, en de alinea staat in dat document op bytes 68491 tot 69519.