Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:345.
12. Bij stap (ii) komt de vraag op of uitsluitend met inachtneming van de verklaring van de niet-ondervraagde getuige tot een bewezenverklaring kan worden gekomen. Bij een bevestigend antwoord op die vraag steunt de bewezenverklaring ‘in beslissende mate’ op die getuigenverklaring. In de woorden van het EHRM vormt die getuigenverklaring in dat geval een ‘ sole or decisive basis ’ voor de veroordeling. Zonder ‘goede reden’ voor het niet-ondervragen van de getuige (stap (i)) en/of zonder compensatie voor de beperkingen die de verdediging heeft ondervonden (stap (iii)), zal een bewezenverklaring bij die stand van zaken al snel onverenigbaar zijn met de waarborgen van artikel 6 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e, en de alinea staat in dat document op bytes 83917 tot 84727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e | shasum -a 256