Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:345.
Na een paar weken was ik toch benieuwd of [verdachte] iets van zich had laten weten. Ik pakte het sim-kaartje wat ik altijd met hem gebruikte en las door hem gestuurde sms'jes dat hij me inderdaad miste. We hebben toen een keer gebeld en een paar dagen later stond er een gastje bij mij aan het raam. Hij zei dat hij een maat van [verdachte] was. Volgens mij heet hij [betrokkene 7] (fon.). [betrokkene 7] haalde me uit Antwerpen weg en regelde een appartementje aan de [c-straat] te [plaats] voor mij. Dat deed hij met een kopie van zijn identiteitskaart, die ik volgens mij nog heb. Omdat ik nog steeds verliefd op [verdachte] was, ben ik weer bij hem teruggekomen. Ik ben toen op de bootjes te Utrecht gaan werken. [betrokkene 7] was mijn chauffeur geworden, maar we hadden ruzie gekregen. Hij hield zich niet aan de afspraken en vond dat [verdachte] hem van alles beloofd had. Hierop kregen [betrokkene 7] en [verdachte] ook ruzie. Toen kwam [betrokkene 8] (fon.) langs, een kennis van [verdachte] , die toen mijn chauffeur werd. (...).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e, en de alinea staat in dat document op bytes 25913 tot 27019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb06e6231aec3fdcca87942402dab00bbefbbac33f3bba00b3ab155c4b07100e | shasum -a 256