Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2024

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:365.

Bij de bespreking van de klachten kan het volgende voorop worden gesteld. De verlengingsregeling van art. 349a Fw behelst een discretionaire bevoegdheid, waarbij de rechter een grote vrijheid toekomt (zie onder 3.18). Bij de beslissing om al dan niet te verlengen dient de rechter alle omstandigheden van het geval te betrekken. Gelet op het verband dat er bestaat tussen enerzijds de specifieke tekortkoming van de schuldenaar die eraan in de weg staat dat een schone lei wordt verleend, en anderzijds de duur en de invulling van de verlenging van de schuldsaneringsregeling (zie onder 3.13), moeten de duur van de verlenging en de verplichtingen die gedurende de verlenging op de schuldenaar rusten, worden afgestemd op de tekortkoming van de schuldenaar. De verlenging van de schuldsaneringsregeling heeft immers tot doel om de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om alsnog zijn verplichtingen na te komen, en zodoende alsnog aan te tonen dat een schone lei gerechtvaardigd is (zie onder 3.14). Door de Hoge Raad wordt in dit verband uitdrukkelijk gesproken van het herstellen van tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien (zie onder 3.11).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d952e57734e0a8096fd94d2cf1826ff2a6919170230f31d7665687e143da9f02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d952e57734e0a8096fd94d2cf1826ff2a6919170230f31d7665687e143da9f02, en de alinea staat in dat document op bytes 44335 tot 45653.