Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:366.

Ter toelichting wordt aangevoerd dat in de literatuur doorgaans wordt aangenomen dat het uitspreken van een beschermingsbewind een verandering in de persoonlijke staat van een partij impliceert, omdat de bevoegdheid om zelf te procederen is teloorgegaan. Volgens [eisers] zijn de schorsingsgronden van art. 225 Rv te herleiden tot art. 3:304 BW en zien zij op situaties waarin de rechten en verplichtingen van een procespartij die in een procedure aan de orde zijn, op een ander overgaan of wanneer een partij voor het uitoefenen van die rechten en verplichtingen voortaan (of juist niet langer) afhankelijk wordt van een wettelijke vertegenwoordiger. Art. 3:304 BW bepaalt immers dat een rechtsvordering niet kan worden gescheiden van het recht tot welks bescherming zij dient.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f46c6a91d24a4ee685581d47f99747b49093504df965d5f42476e8fa353d77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f46c6a91d24a4ee685581d47f99747b49093504df965d5f42476e8fa353d77, en de alinea staat in dat document op bytes 13823 tot 14742.