Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:366.
Het betreft situaties waarbij, hangende de instantie, de zeggenschap over het procesbeleid overgaat op een ander. Die ander kan behoefte hebben aan een termijn voor onderzoek naar de stand van de zaak, en voor beraad over voortzetting dan wel staking ervan. De schorsing van het geding in de zin van art. 225 Rv vindt niet van rechtswege plaats. Uit art. 225 lid 2 Rv blijkt dat schorsing facultatief is en een initiatief vereist van de partij bij wie de schorsingsgrond zich voordoet en dat de schorsing aan de wederpartij moet worden aangezegd. In een recent arrest van 9 februari 2024 heeft de Hoge Raad, voor zover thans van belang, herhaald dat de in art. 225 lid 1 Rv genoemde gronden voor schorsing van het geding niet kunnen worden ingeroepen door de wederpartij van de procespartij aan wier zijde zich de schorsingsgrond voordoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08f46c6a91d24a4ee685581d47f99747b49093504df965d5f42476e8fa353d77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08f46c6a91d24a4ee685581d47f99747b49093504df965d5f42476e8fa353d77, en de alinea staat in dat document op bytes 24079 tot 25147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08f46c6a91d24a4ee685581d47f99747b49093504df965d5f42476e8fa353d77 | shasum -a 256