Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.

Dit subonderdeel faalt voor een deel in het spoor van subonderdeel 2.2. Ik verwijs naar mijn bespreking van subonderdeel 2.2 hiervoor. Het hof heeft met rov. 2.15-2.16, 3.1, 5.2, onder (g), 5.7-5.9 (eerste zin) van het bestreden arrest (ook) gerefereerd aan uitlatingen van [erflater] in overgelegde brieven en (andere) stukken waarmee [erflater] andere partijen dan Solidiam als geldnemer heeft aangemerkt, althans zo begrijp ik het bestreden arrest. Ook hier geldt dat met deze uitlatingen niet uitgesloten is dat Solidiam als geldnemer moet worden aangemerkt. [erflater] heeft juist aangevoerd dat Solidiam een geldnemer is. Het hof heeft [erflater] daarin met name op grond van de in rov. 5.4-5.5 genoemde (zelfstandige) redenen gelijk gegeven. Zie verder randnummers 3.48-3.50 hierna.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 50527 tot 51329.