Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.

Subonderdeel 3.3 voert aan dat het hof een (beweerdelijk essentiële) stelling van Solidiam onjuist heeft weergegeven met zijn overweging in rov. 5.2, onder (g), die luidt “ [erflater] spreekt zichzelf tegen met diverse van zijn uit de procedure tegen de erven [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en Solid Assets afkomstige stellingen over wie zijn contractuele wederpartij is ter zake van de lening. ” Als ik het subonderdeel goed begrijp, wordt bedoeld dat het hof niet heeft vermeld dat Solidiam in haar memorie van antwoord na verwijzing naar de stellingen van [erflater] in al zijn processtukken heeft verwezen, en niet slechts naar die in de procedure tegen de (erven van) [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en Solid Assets. Op deze beperking zou het hof in rov. 5.9 zijn ‘voortgegaan’. Het gaat er Solidiam vooral om dat de consequente verklaringen en gedragingen van [erflater] in de eerste zeven jaar na het aangaan van de lening over de vraag wie geldnemer is geheel anders waren dan de stellingen die hij innam naarmate de procedure vorderde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 55840 tot 57087.