Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.

Subonderdeel 3.5 bouwt voort op subonderdelen 3.1, 3.2 en 3.4, en voert het volgende aan. Als het hof van oordeel is dat een jarenlange handelwijze van een geldgever, zoals de handelwijze van [erflater] die subonderdelen 3.1, 3.2 en 3.4 beschrijven, niet van belang is voor de beantwoording van de vraag wie (naast hemzelf) partij was bij de overeenkomst van geldlening, heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Als het hof wel is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, is zijn oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd, nu uit de overwegingen van het hof niet kenbaar is of het hof de juiste beoordeling heeft gemaakt, en op welke wijze het hof de stellingen van Solidiam over de consequent jarenlang volgehouden handelwijze van [erflater] jegens Solid Assets (waaruit blijkt dat hij deze, naast [betrokkene 2] en [betrokkene 1] , maar niet naast Solidiam als tot betaling verplichte beschouwde) in zijn beoordeling heeft betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 60422 tot 61507.