Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Onder 3.44 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.
Subonderdeel 5.1 voert aan dat rov. 5.4-5.5 van het bestreden arrest blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. Het subonderdeel licht dit als volgt toe. Uit de omstandigheid dat Solidiam en [de B.V.] als kopers jegens SBZ hoofdelijk verbonden waren, en jegens elkaar verbonden waren, volgt geen hoofdelijkheid uit de geldlening die [erflater] verstrekte. Dat verandert niet door de omstandigheid dat Solid Assets niet van [de B.V.] leende. Solid Assets werd door de betaling van [erflater] debiteur van [erflater] . Bij deze lening tussen twee verkrijgers van het onroerend goed was Solidiam (aan wie juist niet werd geleverd) niet betrokken en kon zij ook niet betrokken zijn op grond van de enkele hoofdelijkheid van haar en [de B.V.] jegens SBZ.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 74708 tot 75521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4 | shasum -a 256