Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.
Subonderdeel 2.2 voert het volgende aan. Als het hof in rov. 5.2 van oordeel is dat de stellingen van Solidiam uit de memorie van antwoord na verwijzing niet hoeven te worden betrokken bij de beantwoording van de vraag wie partij waren bij de overeenkomst van geldlening, geeft het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Als het hof wel is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, is zijn oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd nu uit de overwegingen van het hof niet kenbaar is of het hof de juiste beoordeling heeft gemaakt, en op welke wijze het hof stellingen van Solidiam uit de memorie van antwoord na verwijzing in zijn beoordeling heeft betrokken. Volgens de procesinleiding gaat het hier in de kern om de stelling van Solidiam in haar memorie van antwoord na verwijzing waarmee zij heeft aangevoerd dat [erflater] heeft gesteld dat [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in privé geldnemer waren. Aan deze stellingen van [erflater] komt volgens Solidiam in deze procedure groot gewicht toe. Immers: het gaat om de eigen verklaring van een van de partijen, welke partij de enige partij was die na het overlijden van [betrokkene 2] in februari 2017 uit eigen wetenschap kon verklaren over wat is besproken in het telefoongesprek in 2010 tussen [erflater] en [betrokkene 2] (in welk gesprek de lening zou zijn afgesproken).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 43928 tot 45453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4 | shasum -a 256