Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:367.

Waar subonderdeel 2.2 ervan uitgaat dat het hof heeft geoordeeld dat het standpunt van [erflater] dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] geldnemers zijn, niet hoefde te worden betrokken bij zijn beoordeling, mist het feitelijke grondslag. Immers: het hof heeft dit niet geoordeeld. Het hof heeft met rov. 5.2, onder (g), aan het onherroepelijk verworpen standpunt van [erflater] dat [betrokkene 2] en [betrokkene 1] geldnemers zijn, gerefereerd, en met rov. 5.8 (voorlaatste zin) en 5.9 heeft het hof dit standpunt bij zijn beoordeling betrokken. Waar subonderdeel 2.2 aanvoert dat uit de overwegingen van het hof niet kenbaar is of het hof de juiste beoordeling (ik neem aan: van de vraag of Solidiam geldnemer is) heeft gemaakt en op welke wijze het hof het standpunt van [erflater] dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] geldnemers zijn in zijn beoordeling heeft betrokken, faalt het eveneens. Ik versta subonderdeel 2.2 op dit punt zo dat Solidiam aanvoert dat het bestreden arrest onbegrijpelijk is gemotiveerd omdat uit het bestreden arrest niet zou blijken hoe het hof het standpunt van [erflater] dat [betrokkene 2] en [betrokkene 1] geldnemers zijn bij zijn oordeel heeft betrokken. Dat heeft het hof echter wel gedaan. Zie rov. 3.1, 5.2, onder (g), en 5.7-5.9 van het bestreden arrest, waaruit blijkt hoe het hof niet ten onrechte en ook niet onbegrijpelijk het hiervoor genoemde standpunt van [erflater] bij zijn beoordeling heeft betrokken. Het hof is hier onder meer tot het oordeel gekomen dat (i) [erflater] heeft gesteld dat en waarom hij Solidiam als geldnemer aanmerkte, naast [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en Solid Assets, en (ii) het feit dat [erflater] in zijn memorie van antwoord zijn stellingen uit de procedure in hoger beroep tegen (de erven) [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en Solid Assets heeft herhaald en ingelast in de (hogerberoep)procedure tegen Solidiam er niet toe leidt dat zijn stellingen in de (hogerberoep)procedure tegen Solidiam opeens anders zouden moeten worden begrepen. Deze oordelen impliceren dat het hof voor de beantwoording van de vraag of Solidiam geldnemer is, ook gezien rov. 5.4-5.6 van het bestreden arrest, op zich niet relevant heeft geacht, laat staan doorslaggevend, het enkele standpunt van [erflater] dat (ook) [betrokkene 1] , Solid Assets en [betrokkene 2] geldnemers zijn. Dit is niet onjuist of onbegrijpelijk. Dat [erflater] heeft gesteld dat [betrokkene 1] , Solid Assets en [betrokkene 2] geldnemers zijn, sluit immers niet uit dat (ook) Solidiam een geldnemer is. Zie verder randnummer 3.3 hiervoor, waaruit onder meer volgt dat het hof zijn oordeel moest baseren op de stellingen van partijen in de procedure van [erflater] tegen Solidiam .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3f2ef5c9759b73c91d6e1312f9cd6e03243e278647a0ada01bce0d9aa11f8f4, en de alinea staat in dat document op bytes 45635 tot 48582.