Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Art. 6:258 BW is een lex specialis van art. 6:248 lid 2 BW voor een bijzonder geval en de rechter zal bij de toepassing van art. 6:258 BW net zo terughoudend moeten zijn als bij art. 6:248 lid 2 geldt voor de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid in het algemeen (‘onaanvaardbaar’) . Er moet (i) sprake zijn van op het moment van contractssluiting in de toekomst liggende onvoorziene , dat wil zeggen: niet uitdrukkelijk of stilzwijgend in de overeenkomst verdisconteerde, omstandigheden, die van zodanige aard zijn dat de wederpartij geen ongewijzigde instandhouding van de contractuele rechtsverhouding mag verwachten. Deze omstandigheden moeten bovendien (ii) niet krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van degene die zich op de bepaling beroept (lid 2). Daarvan is niet snel sprake in ons recht. Het betreft een niet eenvoudig te halen hoge lat, omdat de redelijkheid en billijkheid in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord verlangen en afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toelaten . De rechter past dan ook terughoudendheid bij aanvaarding van een beroep op onvoorziene omstandigheden .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 56892 tot 58417.