Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Het hof heeft in rov. 4.7 zijn oordeel dat de man zijn beroep op gewijzigde omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd gestoeld op drie redenen, waaronder in afwijzende zin over de vereisten (i) en (ii) omschreven in het vorige randnummer: er is naar het oordeel van het hof sprake van juist wel al in de overeenkomst verdisconteerde omstandigheden waar de man zich op beroept en deze komen voor wat betreft de fiscale consequenties van zijn pensionering en terugkomst naar Nederland voor rekening van de man. Dat draagt de afwijzing van het beroep op gewijzigde omstandigheden al zelfstandig. De klacht valt alleen de derde reden aan, namelijk dat onvoldoende onderbouwd zou zijn dat de man zich in een penibele financiële situatie bevindt. Nu dat de vereisten (i) en (ii) ongemoeid laat, kan de klacht niet tot cassatie leiden (zo ook s.t. vrouw onder 4.7). Ik licht dat kort toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 58481 tot 59414.