Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024
Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.
Subonderdeel 1 klaagt dat het oordeel in rov. 4.3 dat van een duurovereenkomst sprake is als een verplichting wordt afgesproken tot opeenvolgende of voortdurende prestaties en dat daarvan hier sprake is omdat de afspraak om het pensioen te delen meebrengt dat iedere maand aan de vrouw een bedrag dient te worden betaald, rechtens onjuist is, dan wel ontoereikend is gemotiveerd. Een volstrekt eenzijdige overeenkomst, zoals deze waaruit slechts één verplichting voor de man voortvloeit en het ‘ruilkarakter’ ontbreekt, kan niet als duurovereenkomst worden gekwalificeerd (onder 1). Opeenvolgende verbintenissen kunnen niet op een lijn worden gesteld met voortdurende verbintenissen (onder 1) en uit het oordeel wordt in het geheel niet duidelijk welk soort verbintenis het hof op het oog heeft en aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd (onder 1), terwijl de verplichting van de man om aan de vrouw maandelijks het overeengekomen deel van zijn ouderdomspensioen te betalen geen ‘voortdurende of duurverbintenis’ is (onder 1.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 67667 tot 68772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4 | shasum -a 256