Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Het onderscheid tussen duurovereenkomsten enerzijds en ‘aflopende’ of ‘voorbijgaande’ overeenkomsten anderzijds is relevant voor vraag of een overeenkomst, met instandhouding van hetgeen al ter uitvoering van de overeenkomst is verricht, voor de toekomst door een partij eenzijdig kan worden opgezegd . In dat kader wordt een duurovereenkomst voor bepaalde tijd in literatuur en rechtspraak gelijkgesteld met overeenkomsten voor een bepaald doel of resultaat en overeenkomsten die door ‘volbrenging’ eindigen . Indien de overeenkomst voor bepaalde tijd of voor het bereiken van een bepaald resultaat is aangegaan, is de overeenkomst in beginsel niet opzegbaar, tenzij anders is overeengekomen of de wet anders bepaalt . Op die regel is slechts als uitzondering aanvaard het geval van onvoorziene omstandigheden volgens art. 6:258 BW .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 30295 tot 31472.