Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Subonderdeel 1.1 sluit daar op aan en klaagt dat het oordeel in rov. 4.3 dat sprake is van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd rechtens onjuist is, omdat bij duurovereenkomsten en overeenkomsten die al dan niet van rechtswege eindigen door het intreden van een bepaalde gebeurtenis, zoals het overlijden van een partij, sprake is van een (duur)overeenkomst die is aangegaan voor onbepaalde tijd. In het oordeel ligt besloten dat door het zekere einde van de overeenkomst tussen partijen door het overlijden van een van hen de overeenkomst dus voor bepaalde tijd is aangegaan en als zodanig kwalificeert. Daarmee miskent het hof dat als het einde van een (duur)overeenkomst afhangt van een bepaalde gebeurtenis waarvan onzeker is op welk moment die gebeurtenis plaats zal vinden, sprake is van een (duur)overeenkomst voor onbepaalde tijd. Als die tijdsperiode waarvoor de (duur)overeenkomst is aangegaan onbepaald is, is sprake van een (duur)overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 38340 tot 39380.