Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Mede gelet op de in 3.13 weergegeven klachten uit de inleiding is er iets voor te zeggen om deze rechtsklacht aan te merken als op zichzelf terecht voorgesteld. Hoewel er een tendens is waar te nemen om bij elke objectieve tijdsbepaling een duur voor bepaalde tijd aan te nemen, is in Nananda/Golden Earring voor het einde van een duurovereenkomst door overlijden volgens mij een subregel geformuleerd als door de klacht bepleit . In die zaak over exploitatie van muziekwerken had het hof bij wege van analogie de regels voor opzegging van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd toegepast en werd in cassatie geklaagd dat hier sprake zou zijn van overeenkomsten voor bepaalde tijd (onderdeel I.II). De Hoge Raad verwerpt dat in rov. 5.2.2 als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 39465 tot 40326.