Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

‘(…) Anders dan het onderdeel betoogt, brengt de omstandigheid dat de overeenkomsten zijn aangegaan voor de duur van het auteursrecht en dat dit auteursrecht ingevolge art. 37 Aw vervalt door verloop van 70 jaren vanaf 1 januari na het overlijden van de maker, niet mee dat een overeenkomst als de onderhavige dient te worden aangemerkt als een overeenkomst voor bepaalde tijd. Immers, evenals bij overeenkomsten die, al dan niet van rechtswege, eindigen door het intreden van een bepaalde gebeurtenis, zoals de door van een partij of (bij arbeidsovereenkomsten) het intreden van de pensioengerechtigde leeftijd, is de duur waarvoor partijen de overeenkomsten zijn aangegaan overigens onbepaald.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 40336 tot 41115.